J.P. Schmidt en J.C. Schmidt orgelmakers te Gouda

Voor meer foto's zie het fotoalbum

Brugkerk

De orgelkas werd vervaardigd door Marcelis van Bemmel. Het houtsnijwerk door de Haagse beeldhouwer Arnoldus Regenbogen voor 83 euro. De orgelkas werd geschilderd door Cornelis Jonker. De kleuren van de kas waren blauw met crême. Het oxaal werd amber geverfd. De klaviatuur bevond zich aan de voorzijde. De ingebruikname vond plaats op 27 november 1808. Het orgel werd geëxamineerd door J. Robbers, organist van de Laurenskerk te Rotterdam. In Boekzaal der Geleerde Wereld verscheen een bericht over de ingebruikneming waaruit we nu alleen de dispositie halen:

Het orgel heeft 2 Clavieren, gaande van groot C tot drie gestreepte F, met een gehalveerde Trekkoppeling, die men onder het bespelen af en aan kan trekken, zonder de handen van het Clavier te ligten, en eene aanhangend Pedaal, loopende van groot C tot D ingesloten. Voorts 3 Blaasbalgen van 8½ voet lang en 4½ voet breet, die 18 duim opgang hebben, en 2 Windafsluitingen. De Stemmen of sprekende Registers zijn deze:

Hoofdmanuaal: Prestant 8 voet, in 't gezigt gepolijst Eng: Tin, met opgeworpen Labiums. Bourdon 16 voet, Roerfluit 8 voet, Octaaf 4 voet, Gemshoorn 4 voet, Quint Prestant 3 voet, Super Octaaf 2 voet, Cornet 4 sterk, Sesquialter 2 sterk, Mixtuur 3 sterk, Trompet 8 voet gehalveerd.

Bovenclavier: Holpijp 8 voet, Fluit 4 voet, Quint Fluit 3 voet, Nachthoorn 2 voet, Octaaf 2 voet, Fluit Travers 8 voet, Carillon 3 sterk. Voorts een Tremulant en Ventiel.

 

Reconstructie-tekening oorspronkelijke situatie 1808-1838. (Dirco Oskam)

In februari 1809 heeft J. C. Schmidt een gebroken registersleep vervangen.

In september 1814 is door een onbekende orgelmaker aan het orgel gewerkt.

Interieur van de Brugkerk rond 1900. (archief Dirco Oskam)

In maart 1838 werd het orgel afgebroken en in december 1838 weer in de nieuwgebouwde kerk de 'Brugkerk' opgebouwd. Deze werkzaamheden werden gedaan door N.A. Lohman en Zonen, orgelmakers te Groningen en Gouda. Daar de nieuwe kerk lager was dan de oude kerk, was Lohman genoodzaakt de orgelkas te wijzigen. De onderbouw met klaviatuur en windvoorziening verdween. De klaviatuur kwam aan de achterzijde. De windvoorziening kwam in de toren. Om het binnenwerk toch nog passend te krijgen, werd de bovenkas verhoogd met een halve meter. De frontpijpen moesten daardoor verlengd worden alsook de wangstukken. De diepte van de kas nam toe met 30 centimeter. De kleur van de kas werd gewijzigd in eiken-imitatie. De dispositie bleef ongewijzigd. Later onderhoud werd gedaan door de orgelmakers Gabry, Van Gelder, Vermeulen en Oskam, waarbij de dispositie enkele wijzigingen onderging.

 

 

Aantekeningen van de stembeurten aan de binnenkant van de orgelkas door orgelmaker Van Gelder uit Leiden over een periode van 1880 tot 1909.

 

Kwitantie van de orgel Maker Van Gelder uit April 1894.

Het orgel tijdens de restauratie in 1927 door Orgelmaker Oskam. (Archief Dirco Oskam)

In 1939 werd door Orgelmaker Oskam de Meidinger windmachine geplaatst.

 

In 1950 was de dispositie van het orgel als volgt:

Hoofdwerk C-f³: Bourdon 16 vt, Prestant 8 vt, Roerfluit 8 vt, Octaaf 4 vt, Gemshoorn 4 vt, Quint 3 vt, Octaaf 2 vt, Mixtuur B/D 3 st, Scherp 2 st, Cornet D 4 st, Trompet B/D 8 vt.

Bovenwerk C-f³: Holpijp 8 vt, Salicionaal 8 vt, Voix Celeste 8 vt, Gamba D 8 vt, Fluit 4 vt, Octaaf 2 vt.

Pedaal C-d¹: aangehangen

In 1953 werd het orgel gerestaureerd door de Gebr. Van Vulpen onder advies van Lambert Erné. Ook werd de oorspronkelijke diepte van de kas hersteld. De dispositie werd toen:

Hoofdwerk C-f³: Bourdon 16 vt, Prestant 8 vt, Roerfluit 8 vt, Octaaf 4 vt, Gemshoorn 4 vt, Quint 3 vt, Octaaf 2 vt, Cornet D 4 st, Scherp 2 st, Mixtuur B/D 3 st, Trompet B/D 8 vt.

Bovenwerk C-f³: Holpijp 8 vt, Flute Travers D 8 vt, Fluit 4 vt, Nasard 3 vt, Octaaf 2 vt, Woudfluit 2 vt, Sesquialter D 3 st.

Pedaal C-d¹: aangehangen

 

In 1971 werd de dispositie gewijzigd en uitgebreid met een vrij pedaal door Louis J. Kramer te Boskoop. De registerknoppen van het Pedaal mochten op last van Monumentenzorg niet bij de andere registerknoppen in de orgelkas geplaatst worden. Zij werden naast de orgelbank geplaatst. Er waren ook plannen om het Bovenwerk in een zwelkast te plaatsen. Dit plan werd afgekeurd door Monumentenzorg.

De dispositie werd toen:

Hoofdwerk C-f³: Bourdon 16 vt, Prestant 8 vt, Roerfluit 8 vt, Octaaf 4 vt, Gemshoorn 4 vt, Quint 3 vt, Octaaf 2 vt, Cornet D 4 st, Mixtuur B/D 4 st*, Sesquialter D 2 st, Trompet B/D 8 vt.

Bovenwerk C-f³: Holpijp 8 vt, Gamba 8 vt*, Prestant 4 vt*, Fluit 4 vt, Nasard 3 vt, Woudfluit 2 vt, Scherp 3 st*.

Pedaal C-d¹: Subbas 16 vt*, Octaaf 8 vt*, Gedekt 8 vt*, Roerquint 6 vt*, Octaaf 4 vt*, Ruispijp 3 st*, Fagot 16 vt*.

Plaatsing van het Pedaal in 1971, goed te zien is de Roerquint 6vt. (archief Dirco Oskam)

De met een * gemerkte registers zijn toegevoegd of gewijzigd door Kramer. Hij gebruikte divers materiaal tijdens deze uitbreiding; het pedaal is afkomstig van een orgel uit Rozenburg (Z-H) en is mogelijk materiaal van Standaart. De Roerquint 6 vt en de Fagot 16 vt zijn nieuw. De Mixtuur op het Hoofdwerk is aangevuld met een koor uit de Sesquialter. Op de registerknop staat nog wel vermeld dat deze 3 sterk is, wat dus onjuist is. Het pedaal staat in een aparte kas achter het orgel.

Programmaboekje van de ingebruikname.

In 1973 werd duidelijk dat de Brugkerk in zeer slechte staat verkeerde. Men dacht na over restaureren of nieuwbouw van de kerk. Daarbij kwam ook ter sprake wat er met het orgel moest gebeuren. Hieronder een artikel uit de krant over het orgel.

Na de restauratie van de kerk in 1979 is het orgel schoongemaakt door Kramer. Hij plaatste op het bovenwerk een Dulciaan 8 vt, afkomstig uit Benschop, Gereformeerde Kerk. Dit register is waarschijnlijk van Abraham Meere uit 1820.

In 1993/'94 is het bovenwerk gereconstrueerd naar de oorspronkelijke toestand. Alleen de Carillon heeft niet zijn 3de koor teruggekregen. De Dulciaan werd gehandhaafd. Deze reconstructie werd uitgevoerd door de firma S. F. Blank te Herwijnen.

 

De dispositie is nu als volgt;

Hoofdwerk C-f³: Bourdon 16 vt, Prestant 8 vt, Roerfluit 8 vt, Octaaf 4 vt, Gemshoorn 4 vt, Quint 3 vt, Octaaf 2 vt, Cornet D 4 st, Sesquialter D 2 st, Mixtuur B/D 4 st, Trompet B/D 8 vt.

Bovenwerk C-f³: Holpijp 8 vt, Flute Travers D 8 vt, Fluit 4 vt, Nasard 3 vt, Octaaf 2 vt, Nachthoorn 2 vt, Carillon D 2 st, Dulciaan 8 vt, Tremulant.

Pedaal C-d¹: Subbas 16 vt, Octaaf 8 vt, Gedekt 8 vt, Roerquint 6 vt, Octaaf 4 vt, Ruispijp 3 st, Fagot 16 vt.

Koppeling Hoofdwerk-Bovenwerk, Pedaal-Hoofdwerk, Afsluiter.

De Cornet staat direct achter het front. 

Het Schmidt-orgel in de Brugkerk.